Het doel van de practice infrastructuur en platformmanagement is toezicht te houden op de infrastructuur en platforms die door een organisatie worden gebruikt.

IT-infrastructuur is de fysieke en/of virtuele technologie, zoals servers, opslag, netwerken, client hardware, middleware en besturingssystemen, die de omgevingen leveren die nodig zijn om IT-services te leveren.

Infrastructuur- en platformmanagement kan ook betrekking hebben op de gebouwen en faciliteiten die een organisatie gebruikt om haar IT-infrastructuur te managen.

IT-infrastructuur en platforms worden tegenwoordig vaak gebouwd met cloud-technologie. Consumenten kunnen de verwerking, opslag en/of andere automatiseringsmiddelen verkrijgen zonder de onderliggende infrastructuur te hoeven beheersen.

De visie van USM
ITIL 4 maakt voor operationele handelingen op de productieomgeving onderscheid tussen servicerequestmanagement, monitoring en eventmanagement, uitrolmanagement, infrastructuur- en platformmanagement en software development en –management.

In USM is er voor deze operationele handelingen slechts één integraal en geïntegreerd proces, OPS, waarin al die activiteiten een logische, vaste plek hebben. In USM is infrastructuur- en platformmanagement dus een regulier onderdeel van het proces OPS, zie Figuur 65.

Figuur 65. De ITIL-practice Infrastructuur- en platformmanagement wordt gerealiseerd met USM-processen