Facilitair beheer (Facility management) is – volgens de definities van de Europese norm EN15221 Facility Management – een zeer breed vakgebied, dat (zelfs) ICT omvat. Niet iedereen uit die inbegrepen vakgebieden zal dat ook zo beleven, maar in de definitie van facility management zijn feitelijk alle ondersteunende domeinen inbegrepen. De Europese norm EN15221 wordt beheerd door CEN – European Commitee for Standardization.

Vanaf 2017 zijn de eerste delen van de mondiale standaard ISO41001 Facility Management gepubliceerd. Deze norm hanteert (helaas) weer een beperktere scope van facility management, gericht op de gebouwde omgeving.

In Nederland is een indeling van facility management volgens SCOPAFIJTH gangbaar, maar EN15221 definieert Facility Management als de optelsom van de volgende vakgebieden:

People & Organization:

  • Business Support (management support) – secretariële diensten, inkoop, marketing & communicatie, juridische zaken, personeelszaken, financiële zaken
  • Health, Safety, Security Environment – werkplekveiligheid, veiligheid van mensen, omgevingsfactoren
  • Hospitality – receptie, contact center, catering & automaten, vergaderruimtes & bijeenkomsten, werkkleding, wasserij
  • ICT – service desk, IT-services, netwerken & telecommunicatie, training
  • Logistics – kantoorvoorzieningen, documentbeheer, verhuizingen, reizen, wagenpark, transport
  • Organization specific functions – business applicaties, branche-specifieke voorzieningen

Space & Infrastructure:

  • Space (accommodation) – gebouwen, inrichting, onderhoud, energie, water, afval
  • Outdoors – grondbeheer, parkeervoorzieningen
  • Cleaning – alle schoonmaakwerkzaamheden
  • Workplace – ruimtes, meubilair, planten, kunst
  • Primary activities specific – externe werkplekken

Central (horizontal) functions:

  • Sustainability
  • Quality
  • Risk
  • Identity

Ongeacht of de lezer deze indeling ook zo beleeft, met EN15221 wordt een indeling van ondersteunende dienst-domeinen geleverd die allemaal hetzelfde doel hebben: het ondersteunen van de ‘primaire’ activiteiten van een organisatie. Met het USM-procesmodel kunnen al deze dienstverlenende domeinen hun universele procesmodel vinden, waar hun dienstverlening mee kan worden ingericht – ongeacht de organisatievorm, ongeacht de clustering van taken daarin, en ongeacht de ondersteunende tools die zij daarbij hanteren.

Met zo’n uniform procesmodel wordt het bovendien heel snel duidelijk dat er grote winsten zijn te behalen door het inzetten van één ondersteunende tool voor de coördinatie van alle werkzaamheden. Verschillende servicemanagementtools doen hun best om die pluriformiteit te ondersteunen, maar verliezen zich vaak in een modulaire aanpak die nou juist niet de gewenste integratie over die dienst-domeinen ondersteunt.

Wie daarna ook nog in staat is z’n supportorganisatie over meerdere disciplines heen in één interdisciplinair shared service center (iSSC) te organiseren, kan de maximale efficiëntie voor z’n gebruikersorganisatie bereiken.

De Stichting SURVUZ biedt ondersteuning voor het vereiste inzicht in deze materie, bij vraagstukken rond het inrichten van zulke iSSC’s, het opstellen van strategische verbeterplannen, het kiezen en inrichten van tools, en het trainen van medewerkers.