Voor de drie verschillende scenario's om USM toe te passen gelden vanzelfsprekend verschillende kostenplaatjes. Hoe meer hulpbronnen je inzet, hoe hoger de kosten. De meeste hulpbronnen zijn echter vaak al in huis, soms zonder dat de organisatie zich daarvan bewust is. Het ontbreekt meestal aan de juiste kennis, niet aan mensen en tools. USM-toepassingen zijn dan ook vooral gebaseerd op kennisoverdracht.

Scenario 1 ("doe-het-zelf") is zo goed als gratis. Lees een USM-boek en pas toe wat je geleerd hebt. Het USM-boek kost €34,95, dus dit scenario kost hooguit een paar tientjes.

Scenario 2 ("lichte begeleiding met een training") kent zeer beperkte kosten. Het trainen kost enkele honderden euro's per medewerker. In de training oefenen de deelnemers met de stof, en leren ze via discussies hun eigen problemen te doorgronden a.d.h.v. de USM-methode. Wie voldoende deskundigen in huis heeft, kan de training beperken tot een kerngroep die de kennis intern doorgeeft.

Scenario 3 ("ondersteunde invoering met USM-experts") kent meer out-of-pocket kosten. De inzet van externe specialisten kost nou eenmaal geld. Ook de aanschaf van middelen leidt tot kosten. Het ecosysteem van USM-experts ontwikkelt voortdurend nieuwe kennisdragers, die tegen veel lagere kosten kunnen worden aangeschaft dan wanneer ze op eigen kosten (vaak met externen) worden ontwikkeld. Bovendien zijn al deze middelen getoetst tegen de USM-architectuur. De USM-Core bevat alle proces- en workflowspecificaties, een online BPM-tool voor de RACI en het functiehuis, en tientallen templates en handreikingen.

Naast de externe kosten is er ook altijd sprake van interne kosten. Ieder verbeterinitiatief kost nou eenmaal inspanning, en dus geld. De omvang van deze interne kosten is afhankelijk van de lokale situatie en van de afstand tot de stip op de horizon.